Zestienhonderd hectare heide en bossen met geheimzinnige verleden en kristalheldere, meanderende beekjes ten oosten van Roermond:
dat is het Nationaal Park De Meinweg, een uitgestrekt natuurgebied met opvallend veel
bijzondere bewoners.
Rond de vennen liggen adders en gladde slangen te zonnen,
langs de bosranden scharrelen reeën met hun jongen, diep in het naaldwoud wroeten wilde
zwijnen in de grond en boven de paarse heide klinkt de klaaglijke roep van de havik.
Meer dan honderd verschillende soorten vogels, bijna vierhonderd dag- en nachtvlindersoorten,
ongeveer dertig soorten libellen en twaalf soorten amfibieën voelen zich hier helemaal thuis.
En dan noemen we nog niet eens de hagedissen, de steenmarters, de vossen en de vele,
vele bijzondere planten en wilde bloemen die u in De Meinweg kunt ontdekken...
Staatsbosbeheer is dan ook heel blij dat De Meinweg in 1995 officieel een Nationaal Park
is geworden. Dit betekent dat de afgelopen jaren een uitgebreid plan is gemaakt
voor het heheer en de bescherming van de natuur in De Meinweg. Nu heeft De Meinweg
dezelfde status als de Hoge Veluwe en de Kennemerduinen. Zo is Nationaal Park De Meinweg
een veilig thuis voor wilde dieren en planten. Maar ook een oase van rust en ruimte voor
natuurliefhebbers.
Nu en voor altijd...
Eeuwenlang was het gebied gemeenschappelijk bezit van veertien dorpjes: Vlodrop, Herkenbosch,
Melick, Maasniel, Herten, Roermond en acht andere dorpen die
nu bij Duitsland horen. Zo is De Meinweg ook aan zijn naam gekomen:
‘mein’ betekent gemeenschappelijk.
De dorpelingen deden veel ‘boodschappen’ in De Meinweg:
men kapte er bomen, hoedde er vee, verzamelde er strooisel voor de stallen,
er werd heide gemaaid, gebrand en geplagd. Kortom, er werd meer gehaald dan gebracht.
Daardoor verdwenen de dichte eiken- en beukenbossen en bleef er alleen kale heide over.
Deze heide werd onder Napoleon verdeeld over de veertien omringende dorpen.
Aan de lange, rechte paden en grenzen is wel te zien dat de liniaal daarbij met
veel enthousiasme is gehanteerd.
Diverse waterplasjes zijn ontstaan doordat mensen er veen afgroeven voor de turfwinning.
Pas na 1930 gingen mensen eindelijk ook eens iets teruggeven aan de leeggeplunderde Meinweg:
er werden bossen met jonge boompjes aangeplant. Uiteraard wet met een economisch doel.
De aanleg van deze bossen diende als werkverschaffing en uiteindelijk wilde men de bomen
oogsten voor stuthout in de mijnen.
En toch... juist door al dat intensieve gebruik in de afgelopen eeuwen is De Meinweg uiteindelijk
een gebied met een heel afwisselende en aparte natuur geworden.
Voor uitgebreide informatie over de Meinweg kunt u terecht bij
het Bezoekerscentrum.