SwalmdalGroenewoud
Bodem en water In het stroomdal van de Swalm is het bodemtype moerige bovengrond op zand met grondwatertrap II. De gemiddeld hoogste waterstand en laagste waterstand fluctueren van boven maaiveld tot 50-80 cm beneden maaiveld. verder van de Swalm af verandert het in een vorstvaaggrond met leemarm en zwak lemig fijn zand met grondwatertrap VII, de waterstanden fluctueren tussen de 80 cm en dieper dan 120 cm. De Swalm meandert ter plaatse van met name het Groenewoud en de Hout zeer sterk. Het beekbodemsubstraat is er zeer afwisselend: zand- en grindbanken wisselen elkaar af, evenals ondiepe snelstromende trajecten en traag stromende diepe binnenbochten. Er ligt een stuw bij het zwembad, die een grote invloed heeft op het waterpeil en de stroomsnelheid. Naast deze stuw ligt een vispassage en een toevoersloot naar de roeivijver van het zwembadcomplex. In het wandelpark bij het zwembad komen rabatten voor die een verdrogende werking hebben, evenals de toegenomen drainage van de landbouw. Doordat het grondwater vrij lokaal is en dus afkomstig van de natuurgebieden uit de directe omgeving, is het grondwater kwalitatief vrij goed. Flora en fauna De vegetatietypen in het eigenlijke dal van de Swalm bestaan voornamelijk uit Elzenbroekbos en Vogelkers-Essenbos, met daarin als dominante boomsoort de Els. In de kruidlaag komen soorten voor zoals Groot Springzaad, Zwarte Bes, Moeraszegge, Dotterbloem, Gele Lis, Pinksterbloem en Bittere Veldkers. Op enkele relatief hogere plaatsen groeien verder Bosanemoon, Veelbloemige salomonszegel, Dalkruid en Gele dovenetel. De Vlottende waterranonkel komt maximaal tot groei en bloei in de Swalm waar de stroomsnelheid hoog en de waterdiepte beperkt is. Tegen de steilrand aan komt de overgang van Elzenbroekbos naar Elzen- berkenbos voor. Hier kan men veelvuldig soorten als het Pijpestrootje, Pluimzegge en af en toe de Elzenzegge en Koningsvaren waarnemen. In de hogere drogere bossen komt plaatselijk massaal de Adelaarsvaren voor. De poel in het centrum van het Groenewoud is dichtgegroeid met Waterveenmos; bij de rabatten in het Wandelpark komen Wilgenstruwelen voor. De natte graslanden in de laagte van de Hout bestaan onder meer uit: Mannagras, Echte Koekoesbloem, Scherpe boterbloem en Liesgras. De hoog gelegen schrale graslanden op de Hout zijn botanisch zeer interessant met soorten als Theunisbloem, Zwarte toorts, Brem, Hazepootje, Zandblauwtje en Grasklokje. In het Groenewoud en het Wandelpark komen vogels voor zoals de Appelvink, IJsvogel, Grote Gele Kwikstaart en Kleine Bonte Specht. Met name de IJsvogel en de Grote Gele Kwikstaart zijn typische beekvogels. De Appelvink en de Kleine bonte specht zijn vrij zeldzame broedvogels die graag nestelen in boomtoppen. Roofvogels zoals Havik, Buizerd, Sperwer en Wespendief kunnen regelmatig worden waargenomen. Dit geldt ook voor het Ree en het Wild zwijn. In het gebied komt ook de Zandhagedis en de Hazelworm voor. De Zandhagedis komt voor op heide terreinen met hellingen geëxposeerd naar het zuiden,m.n. het gebied De Hout. De Hazelworm heeft een voorkeur voor wat vochtige met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort haalt zijn warmte uit materiaal dat door de zon beschenen wordt, zoals bladerhopen. Hierdoor is de soort moeilijk te vinden en lijdt hij een verborgen bestaan. De amfibieën zijn goed vertegenwoordigd in de verschillende poelen : Alpenwatersalamander, Kleine watersalamander, Groene -, Bruine kikker en verschillende soorten padden. Eigendom en beheer Het Groenewoud en het Wandelpark is in het bezit en beheer van de Gemeente Swalmen; de Hout is van het Staatsbosbeheer. |
| terug naar 'Swalmdal' | |