Hoe herken je ottersporen in Nederland aan pootafdrukken glijsporen en uitwerpselen

Hoe herken je ottersporen in Nederland aan pootafdrukken glijsporen en uitwerpselen

Wat maakt ottersporen zo herkenbaar

Otters zijn schuwe dieren die zich vooral in de schemer en in het donker laten zien. Toch kun je goed ontdekken of er een otter in jouw gebied voorkomt door te letten op sporen. Vooral pootafdrukken, glijsporen en uitwerpselen geven betrouwbare aanwijzingen. Door deze kenmerken te leren herkennen, kun je onderscheid maken tussen otter, bever, hond of waterrat en help je mee aan het in kaart brengen van de soort.

Kenmerken van pootafdrukken van de otter

De pootafdruk van een otter is rond tot licht ovaal met normaal vijf tenen, al zijn vaak maar vier tenen zichtbaar in de afdruk. Elke teen heeft een kleine, afgeronde nagel. De zool is breed en gevuld, zonder diepe inkepingen. Een voorpoot is meestal ongeveer zo groot als een muntstuk van twee euro, de achterpoot kan duidelijk groter zijn. Bij een goede afdruk zie je soms een lichte rand van zwemvlies tussen de tenen, vooral in zachte modder langs oeverranden.

Ottersporen vind je vooral op vochtige plekken net boven de waterlijn, bij oversteekplaatsen tussen sloot en plas, op modderige oevers en op kleine zandstrandjes. In tegenstelling tot hondenafdrukken is de vorm compacter, met tenen die meer in een halve cirkel staan. De stap is meestal in een onregelmatig patroon, omdat otters vaak dribbelend of schuifelend langs de oever bewegen.

Glijsporen langs oevers en taluds

Otters gebruiken hun lichaam en staart om snel van en naar het water te glijden. Dat laat duidelijke sporen achter op steile en gladde oevers. Glijsporen zijn daarom een waardevolle aanvulling naast pootafdrukken.

Zo herken je een glijspoor van een otter

Een glijspoor van een otter is een gladde baan in gras, riet, modder of sneeuw, die vanaf de waterkant naar boven loopt of juist richting water afloopt. De baan is meestal tussen de twintig en dertig centimeter breed en kan meerdere keren over dezelfde plek lopen, waardoor een duidelijk uitgesleten spoor ontstaat. Tussen de glijsporen zie je vaak ook pootafdrukken waar de otter aanloopt of afremt.

Anders dan bij spelende honden loopt een glijspoor van otters vaak op vaste plekken, bijvoorbeeld bij een talud of een dam waar het dier regelmatig overheen gaat. De sporen liggen meestal dicht bij rustige oevers met voldoende riet en dekking. Zie je meerdere parallelle glijbanen vlak bij elkaar, dan kan dat duiden op een plek waar jonge otters spelen.

Uitwerpselen als belangrijkste bewijs

Uitwerpselen zijn vaak de meest betrouwbare aanwijzing voor de aanwezigheid van otters. Ze worden op vaste plekken neergelegd en hebben typische kenmerken in structuur en geur. Met enige oefening kun je ze goed onderscheiden van uitwerpselen van nerts, marter of hond.

Hoe herken je otteruitwerpselen in het veld

Otteruitwerpselen zijn meestal donker van kleur, tussen zwart en donkerbruin, en vallen uit elkaar in een korrelige massa vol kleine visresten. Je ziet vaak schubben, graatjes en soms delen van schaaldieren. De vorm varieert van een compacte drol tot meer platte hopen, afhankelijk van hoe vers ze zijn en wat de otter heeft gegeten.

De geur is opvallend: sterk visachtig maar ook licht zoetig en niet puur ranzig. Otters leggen hun uitwerpselen graag op opvallende plekken, zoals op stenen, boomwortels, brughoofden of graspolletjes langs het water. Vaak worden dezelfde plekken herhaaldelijk gebruikt, waardoor er kleine mestplaatsen ontstaan. Vind je pootafdrukken, uitwerpselen en mogelijk glijsporen bij elkaar, dan is de kans groot dat je met echte ottersporen te maken hebt.