Waar en wanneer je zandhagedissen in Nederland kunt zien en hoe je ze herkent

Waar en wanneer je zandhagedissen in Nederland kunt zien en hoe je ze herkent

Waar leven zandhagedissen in Nederland

De zandhagedis komt in Nederland vooral voor op droge, open en zonnige plekken met veel zand. Denk aan heidevelden, stuifzandgebieden, duinen en open plekken in naaldbossen. Belangrijk is dat de bodem los en zanderig is, zodat de dieren kuilen kunnen graven om eieren te leggen en zich te verschuilen. Dichtbegroeide bossen en volledig vergraste heide zijn minder geschikt, omdat de zon daar het zand niet voldoende kan opwarmen.

Belangrijke regio’s voor zandhagedissen

Goede gebieden om zandhagedissen te zien zijn de hoge zandgronden van onder andere de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, de Sallandse Heuvelrug en diverse heidegebieden in Brabant en Drenthe. Ook in de duinen langs de Nederlandse kust leeft een gezonde populatie, vooral waar nog stuifzand aanwezig is en gras- en struikbegroeiing niet te dicht is. In zulke gebieden worden vaak beheermaatregelen genomen, zoals plaggen en kleinschalig verstuiven, om het leefgebied geschikt te houden.

Wanneer je de meeste kans hebt om zandhagedissen te zien

Zandhagedissen zijn koudbloedig en daardoor sterk afhankelijk van zon en temperatuur. Je hebt de grootste kans om ze te zien op zonnige dagen in het voorjaar tot en met de nazomer. Op dagen dat de zon ontbreekt of de temperatuur laag is, blijven ze vaak verborgen in hun schuilplaatsen.

Tijdstip en weersomstandigheden

De beste tijdstippen zijn de late ochtend en vroege middag, als het zand is opgewarmd maar het nog niet te heet is. Op heel warme dagen zoeken ze later op de dag eerder de schaduw op. Een lichte wind en droog weer zijn gunstig, omdat de dieren dan graag op open plekken, zandpaden en houtstapels liggen te zonnen. Bij harde wind, regen of lage temperaturen blijven ze meestal verstopt tussen heidestruiken, in graspollen of onder dood hout.

Hoe je een zandhagedis herkent

Een volwassen zandhagedis is stevig gebouwd en heeft een relatief korte, brede kop. De rug is bedekt met kleine schubben en bevat vaak een patroon van donkere en lichte vlekken. De staart is lang en kan bij verstoring worden afgeworpen, waarna hij weer aangroeit. De lichaamslengte zonder staart is meestal beperkt, maar inclusief staart kan een zandhagedis verrassend lang lijken.

Verschil tussen mannetjes, vrouwtjes en andere hagedissen

Mannetjes zandhagedissen hebben in het voorjaar een opvallende groene kleur aan flanken en soms ook aan kop en rug. Vrouwtjes zijn overwegend bruin met een meer bescheiden tekening, wat hen beter camoufleert tussen heide en gras. Een belangrijk kenmerk ten opzichte van andere in Nederland voorkomende hagedissen is de forsere bouw en de vaak breder ogende kop. Zogenaamde ruitvormige lichtgekleurde vlekken langs de rug en flanken helpen bij het onderscheiden van andere soorten. Let tijdens het observeren altijd op voldoende afstand en verstoor de dieren zo min mogelijk, zodat ze hun kwetsbare leefgebied veilig kunnen blijven gebruiken.