Wat maakt sporen van een boommarter zo herkenbaar
De boommarter komt in steeds meer Nederlandse gebieden voor, maar wordt zelden zelf gezien. Sporenonderzoek is daarom een belangrijke manier om zijn aanwezigheid vast te stellen. Vooral pootafdrukken en keutels geven veel informatie over waar en hoe de boommarter leeft. Door goed te letten op vorm, afmetingen, ondergrond en ligging kun je deze soort onderscheiden van bijvoorbeeld steenmarters, vossen en dassen.
Verschil tussen boommarter en steenmarter
De grootste verwarring ontstaat meestal tussen boommarter en steenmarter. De boommarter leeft vaker in bosrijke gebieden, gebruikt boomstammen en takken als route en laat zijn sporen geregeld op natuurlijke elementen achter. De steenmarter kiest eerder voor bebouwing, erfafscheidingen en daken. Ook in pootafdruk en keutel zijn subtiele verschillen te zien die helpen bij een juiste determinatie.
Pootafdrukken van een boommarter herkennen
Pootafdrukken van een boommarter zijn relatief klein en langwerpig. De voorpoot is vaak iets korter en ronder, de achterpoot wat langer en ovaal. Op geschikte ondergrond, zoals nat zand, modder of een dun laagje sneeuw, zijn de teenkussentjes en nagels duidelijk te onderscheiden. Dit maakt het mogelijk om niet alleen de soortgroep, maar ook de looprichting en snelheid te bepalen.
Kenmerken van vorm en afmetingen
Een afdruk van de voorpoot heeft meestal een lengte van enkele centimeters en toont vijf tenen rond een groter middenkussen. De achterpoot is iets langer en laat vaak een meer langgerekte vorm zien. Bij de boommarter staan de tenen relatief dicht bij elkaar, waardoor de afdruk compact oogt. De nagels zijn meestal als kleine puntjes zichtbaar, maar steken niet ver uit zoals bij een vos.
Loopspoor en patroon in het terrein
Het loopspoor van een boommarter toont vaak een sprongachtig patroon. De dieren verplaatsen zich in een soort draf waarbij de afdrukken van voor- en achterpoten dicht bij elkaar vallen en setjes vormen. In bosgebieden zie je de sporen vaak langs boomstammen, over omgevallen hout en langs randen van open plekken. Dit verschilt van bijvoorbeeld een hond, die doorgaans meer in rechte lijnen over paden loopt.
Keutels van een boommarter herkennen
Keutels zijn minstens zo belangrijk als pootafdrukken bij het herkennen van een boommarter. Ze vertellen niet alleen dat het dier aanwezig is, maar ook wat het eet en hoe het zich door een gebied beweegt. De plek waar de keutels liggen zegt veel over territoriaal gedrag en het gebruik van routes.
Uiterlijk, geur en inhoud van de keutels
Keutels van een boommarter zijn langwerpig, vaak licht gedraaid en aan een uiteinde spits. Ze hebben doorgaans een lengte van enkele centimeters. Bij nadere blik zie je vaak restanten van haar, veertjes, botjes of pitten en zaden van vruchten. De geur is duidelijk maar niet zo doordringend als bij een vos. In periodes met veel fruit kunnen de keutels zachter zijn en meer zaden bevatten, terwijl in tijden met veel prooidieren juist haren en botjes domineren.
Ligging en functie in het landschap
Boommarters leggen hun keutels graag op opvallende plaatsen neer, zoals op stenen, boomstronken, omgevallen stammen of op kruisingen van wildpaadjes. Dit gedrag heeft een duidelijke territoriale functie: de geur markeert het gebied en communiceert met soortgenoten. Vindt je meerdere keutels op terugkerende plekken, dan wijst dat op een vaste route of markeerplek, wat een sterke aanwijzing is dat je met een boommarter te maken hebt.