Loop je in juli door een Nederlands grasland, dan word je omringd door het gesjirp van sprinkhanen. Juli is dé maand waarin de meeste soorten volwassen zijn en volop zingen. Herkennen doe je ze vaak eerder aan hun geluid dan aan hun uiterlijk, want ze zitten goed verstopt tussen de grassprieten. Hieronder de soorten die je nu het vaakst hoort, en hoe je hun typische zang uit elkaar houdt.
Krasser of tsjirper: eerst het verschil
Sprinkhanen maken geluid op twee manieren. Veldsprinkhanen (de kortsprietigen) wrijven hun achterpoten langs hun vleugels; dat levert een raspend, ritmisch geluid op. Sabelsprinkhanen en krekels (de langsprietigen) wrijven juist hun vleugels tegen elkaar, wat een fijner, hoger sjirpen geeft. Dat onderscheid helpt je al om de eerste groep te bepalen.
De ratelaar: een lange, gelijkmatige rits
De bruine sprinkhaan hoor je in juli overal in droge, korte graslanden. Zijn zang is een korte, herhaalde reeks van enkele seconden, alsof iemand snel langs de tanden van een kam strijkt. Direct daarnaast zit vaak het krasje van de ratelaar: een langer aangehouden, gelijkmatig ratelend geluid dat wel tien tot twintig seconden kan doorgaan.
Het grote groene zwaardschede: hard en aanhoudend
De grote groene sabelsprinkhaan is met zo'n vier centimeter een van de grootste soorten en zeer luid. Vanaf de late namiddag tot ver in de avond produceert het mannetje een schel, langgerekt sjirpen dat aanhoudt en op warme julidagen tot tientallen meters ver draagt. Hoor je een bijna machinaal, doorlopend geluid uit een struik of ruigte, dan is dit vaak de dader.
Het zomerse tikken van de struiksprinkhaan
In hogere vegetatie en langs bosranden hoor je in juli de bramensprinkhaan en de struiksprinkhaan. Hun geluid is zacht en makkelijk te missen: een serie korte, hoge tikjes of een fijn sjirpje, vaak pas goed hoorbaar als je stil blijft staan en gericht luistert.
Tips om ze te horen én te vinden
Ga op een warme, zonnige julidag rond het middaguur op pad; sprinkhanen zingen het felst bij temperaturen boven de 20 graden. Loop rustig en stop regelmatig, want zodra je stilstaat gaan ze weer zingen. Wil je een zanger zien, beweeg dan heel langzaam naar het geluid toe; bij de minste trilling springen ze weg of vallen ze stil.
Tot slot
In juli hoor je in Nederlandse graslanden dus vooral de bruine sprinkhaan, de ratelaar en de luide grote groene sabelsprinkhaan, met in ruigere hoeken de zachte struiksprinkhanen. Leer je het raspen van de veldsprinkhanen scheiden van het fijne sjirpen van de sabelsprinkhanen, dan herken je de meeste soorten al met je ogen dicht.