Wie in oktober de eerste grote groepen wintergasten wil zien, gaat naar de Waddenkust. Brandganzen en kolganzen komen dan massaal binnen vanuit het hoge noorden en strijken vooral neer langs de Friese en Groningse kwelders, rond het Lauwersmeer, bij de Dollard en in Zuidwest-Friesland. Kolganzen trekken daarnaast al vroeg naar de uiterwaarden van de Rijn en de Waal, zoals de Gelderse Poort bij Nijmegen. Het mooiste moment is bij zonsopkomst, als tienduizenden ganzen tegelijk hun slaapplaats verlaten.
Waar komen ze vandaan?
Brandganzen broeden in de Russische Arctis, op Nova Zembla en rond de Barentszzee, en een deel ook op Gotland en in de Baltische staten. Kolganzen komen van de Siberische toendra, soms duizenden kilometers verder oostelijk. Zodra daar begin september de eerste vorst valt en de toendra onder sneeuw raakt, beginnen ze aan hun tocht. Onderweg maken ze tussenstops in Scandinaviƫ, het Oostzeegebied en Noord-Duitsland.
De eerste kolganzen verschijnen in Nederland vaak al eind september, maar het echte binnenstromen begint in de tweede helft van oktober. Brandganzen zijn iets later en bereiken in november en december hun hoogste aantallen. Nederland is voor beide soorten een van de belangrijkste overwinteringsgebieden van Europa, met in topjaren bij elkaar ruim een miljoen vogels.
De beste plekken in oktober
Lauwersmeer en de Groningse Waddenkust
Rond het Lauwersmeer en langs de dijk bij Noordpolderzijl en Uithuizen zie je in oktober groepen brandganzen die op de kwelders foerageren. De dijk is een ideale uitkijkpost: je kijkt zo over het land en het wad.
Zuidwest-Friesland
De Workumerwaard, de kust bij Makkum en de weilanden rond Gaasterland trekken grote aantallen brandganzen en kolganzen. In het vlakke Friese land zie je de groepen al van ver aankomen.
Dollard
Langs de Dollard, vanaf de dijk bij Termunten of Nieuw Statenzijl, komen duizenden ganzen samen. Het geluid van zo'n groep bij het opvliegen is overweldigend.
Gelderse Poort en Ooijpolder
Wie niet naar het noorden wil, kan terecht in de uiterwaarden bij Nijmegen. Kolganzen overwinteren hier in grote aantallen, en vanaf eind oktober zie je ze op de graslanden in de Ooijpolder en de Millingerwaard.
Hoe herken je ze?
De brandgans is makkelijk te herkennen aan zijn zwarte hals en borst met een helderwitte kop. Zijn rug is grijs met zwarte en witte bandjes. Hij is kleiner dan een grauwe gans en maakt een keffend, blaffend geluid, vooral als een groep opvliegt.
De kolgans is bruingrijs en heeft een witte vlek, de kol, aan de basis van zijn roze snavel. Volwassen kolganzen hebben ook onregelmatige zwarte dwarsstrepen op de buik. Jonge vogels in hun eerste winter missen die kol en die strepen nog. Het geluid is hoger en lachender dan dat van andere ganzen.
Zo haal je het meeste uit je ganzenexcursie
Sta bij zonsopkomst, in oktober rond 8.00 uur, bij een bekende slaapplaats. De ganzen overnachten op het water of op het wad en vliegen bij het eerste licht in golven uit naar hun voedselgebieden. Dat uitvliegen duurt soms maar twintig minuten, dus kom op tijd. Neem een verrekijker mee en blijf op de dijk of op paden. Ganzen zijn schuw en vliegen op als je te dichtbij komt, wat hen onnodig energie kost in een periode dat ze moeten bijtanken.
Ook in de middag is er genoeg te zien, als de groepen op de weilanden grazen. Rij rustig door het gebied en stop op een veilige plek. Veel mensen merken pas hoeveel ganzen er zijn als ze er eenmaal op letten. Vanaf nu tot in maart zijn ze gewoon onderdeel van het Nederlandse winterlandschap.